© lersan8910 / Getty Images / iStock
Het nieuwe inkoopbeleid van de zorgkantoren weerhoudt zorgaanbieders om te investeren in noodzakelijke vernieuwing en ontwikkeling van verpleeghuizen. Dat terwijl deze investeringen hard nodig zijn om de ouderenzorg toekomstbestendig te maken. Een woordvoerder van brancheorganisatie ActiZ zegt: “De zeventig zorgorganisaties vragen de rechter het Wlz-inkoopbeleid 2027-2029 te toetsen omdat de nieuwe tariefsystematiek volgens hen onvoldoende zekerheid biedt voor investeringen in vastgoed, verduurzaming, innovatie en kwaliteit van zorg.”
Investeringsruimte
Hoewel de ouderenzorgorganisaties stellen onvoldoende middelen te hebben om te investeren in vastgoed, blijkt uit het onlangs gepubliceerde rapport ‘BDO-Benchmark Ouderenzorg: goede cijfers, grote zorgen‘ dat zorgorganisaties prima financiële resultaten hebben gehaald over 2025. Bovendien heeft de NZa per 2026 de Normatieve Huisvestingscomponent (NHC) met 13 procent verhoogd. Dat is de vergoeding die zorginstellingen binnen de Wlz ontvangen voor de kosten van hun gebouwen, zoals rente, afschrijving, onderhoud en (vervangende) nieuwbouw.
ActiZ zegt hierover: “De NHC-verhoging van 13 procent is door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) nodig geacht om te kunnen voldoen aan wettelijke eisen, zoals op het gebied van duurzaamheid en brandveiligheid. Dat staat los van de nieuwe tariefsystematiek. Door die systematiek ontbreekt de financiële zekerheid om te kunnen investeren. ActiZ pleit daarom voor een voorspelbaar Wlz-inkoopbeleid en stabiele contractering, zodat zorgorganisaties verantwoord kunnen investeren en kunnen blijven werken aan toekomstbestendige zorg voor ouderen. We blijven ons hiervoor inzetten en willen constructief overleg met zorgkantoren, de Nederlandse Zorgautoriteit en het ministerie van VWS over dit onderwerp.” De uitspraak in het kort geding wordt verwacht op 30 september.


Dat zeventig zorgorganisaties gezamenlijk een kort geding aanspannen tegen de zorgkantoren is veelzeggend. Dit gaat allang niet meer over een technisch verschil van inzicht over tarieven, maar over een fundamenteel probleem in de Nederlandse ouderenzorg. Wanneer zorgaanbieders zich genoodzaakt zien de rechter in te schakelen om voldoende financiële zekerheid te krijgen, is er iets mis met het stelsel zelf.
De marktwerking, die ooit werd ingevoerd om de zorg efficiënter en betaalbaarder te maken, lijkt steeds vaker te leiden tot een voortdurende strijd over contracten, tarieven en budgetten. Bestuurders, zorgkantoren en zorgverzekeraars staan tegenover elkaar als contractpartijen, terwijl de oudere die afhankelijk is van goede zorg steeds verder uit beeld raakt.
Zorgkantoren zullen aanvoeren dat zij zorgvuldig met publiek geld moeten omgaan. Dat is een legitieme taak. Maar wanneer kostenbeheersing het dominante uitgangspunt wordt, verschuift de aandacht onvermijdelijk van de mens naar de begroting. Dan dreigt de patiënt niet langer het doel van het zorgstelsel te zijn, maar een kostenpost die zo efficiënt mogelijk moet worden beheerd.
Het wrange is dat Nederland behoort tot de landen die het meeste geld aan gezondheidszorg uitgeven. Toch ervaren veel ouderen en zorgprofessionals juist een groeiende administratieve druk, personeelstekorten, onzekerheid en een afnemende menselijke maat. Dat is een signaal dat het probleem niet alleen financieel is, maar vooral systemisch.
De rechtszaak van deze zeventig organisaties zou daarom een wake-upcall moeten zijn. Niet omdat iedere eis van de zorgaanbieders zonder meer terecht is, maar omdat een zorgstelsel waarin partijen elkaar steeds vaker via de rechter bestrijden, zijn oorspronkelijke doel uit het oog dreigt te verliezen. Zorg behoort in de eerste plaats te draaien om vertrouwen, continuïteit en menselijke waardigheid, niet om juridische procedures en financiële modellen.
Misschien is dat wel de belangrijkste les van dit conflict: een samenleving wordt niet beoordeeld op de manier waarop zij met geld omgaat, maar op de manier waarop zij omgaat met haar meest kwetsbare burgers. Wanneer financiële prikkels belangrijker worden dan menselijke waardigheid, is het tijd om niet alleen het inkoopbeleid ter discussie te stellen, maar het zorgstelsel zelf.