Van de thuiswonende 75-plussers heeft een groot deel nog niet met een arts gesproken over hun wensen voor de laatste levensfase, blijkt uit de factsheet ‘Ouderen met een kwetsbare gezondheid: IZA-doelgroep in beeld’ van het Zorginstituut. Van de ouderen met een kwetsbare gezondheid heeft 69 procent hierover nog nooit gesproken met een arts. Van de ouderen zonder kwetsbare gezondheid heeft 76 procent dit nog nooit gedaan.
Er is wel veel vertrouwen in de zorg. Van de thuiswonende 75-plussers vertrouwt 90 procent erop dat artsen hen goede zorg zullen geven in de laatste levensfase. En 88 procent is ervan overtuigd dat artsen hun wensen over medische beslissingen zullen volgen.
Niet over nagedacht
Ongeveer 30-45 procent van de 75-plussers heeft nog niet hebben nagedacht over belangrijke keuzes voor toekomstige zorg. Bijvoorbeeld of zij thuis willen of kunnen blijven wonen. Willen ze bij ziekte nog in het ziekenhuis worden opgenomen? Wie mag medische beslissingen nemen als zij dat zelf niet meer kunnen? Willen zij gereanimeerd worden? Ouderen met een kwetsbare gezondheid geven aan dat ze hierover iets vaker hebben nagedacht.
Proactieve zorgplanning
Er is nog veel winst te behalen met proactieve zorgplanning, concludeert het Zorginstituut. Voor de bredere inzet in de medisch-specialistische zorg is inmiddels een plan van aanpak opgesteld. Diverse zorgpartijen, waaronder de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen, patiëntenverenigingen en Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VNZ) werken aan betere ondersteuning van zorgprofessionals bij deze gesprekken. En aan de opname van proactieve zorgplanning in opleidingen en richtlijnen. Het Zorginstituut ondersteunt de uitvoering van dit plan van aanpak.
“Als ouderen en zorgverleners op tijd het gesprek voeren over zorgwensen, geeft dat meer tijd en rust om samen na te denken over toekomstige zorg. En om afspraken duidelijk vast te leggen in iemands persoonlijke dossier. Ouderen krijgen zo meer regie over hun zorg. En alle betrokken zorgprofessionals kunnen beter inspelen op hun wensen en voorkeuren”, aldus het Zorginstituut.