Voor kleine zorgorganisaties in de ouderenzorg is het steeds lastiger om zelfstandig het hoofd boven water te houden. Uit een zorgvuldige verkenning en due diligence blijkt dat Het Hoge Veer structurele uitdagingen kent op het gebied van personeel, vastgoed, ict en bedrijfsvoering. Samenwerking met het veel grotere Mijzo biedt kansen om deze uitdagingen het hoofd te bieden en tegelijk de voorzieningen voor de regio in stand te houden, melden de organisaties in een persbericht.
Mijzo
Mijzo heeft een omzet van circa 260 miljoen euro, Het Hoge Veer ruim 17 miljoen euro. In 2023 leed Het Hoge Veer nog 3 ton verlies. In 2024 was er wel een positief resultaat van een half miljoen euro. Bij Mijzo werken 3.500 medewerkers en 2.100 vrijwilligers op 26 locaties. Het werkgebied ligt tussen Breda, Tilburg, Gorinchem en Den Bosch.
Fusie melden bij NZa
Mijzo en Het Hoge Veer gaan hun fusievoornemen indienen bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Die beoordeelt of de fusie bijdraagt aan de continuïteit van de zorg. Daarbij kijkt de NZa of de voorgenomen samenwerking tussen Mijzo en Het Hoge Veer negatieve gevolgen kan hebben voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg. Ook controleert de NZa of cliënten en medewerkers goed zijn betrokken bij het proces. “Als de NZa positief beslist, verwelkomt Mijzo alle cliënten en medewerkers van Het Hoge Veer”, vermeldt het persbericht.
Het Hoge Veer
Yolanda de Jong, bestuurder van Het Hoge Veer: “Als compacte organisatie hebben we altijd dicht bij onze bewoners en de gemeenschap gestaan. Samen met Mijzo kunnen we die betrokkenheid behouden én de kwaliteit, continuïteit en toekomst van onze zorg waarborgen.”
Mijzo-bestuurder Mireille de Wee
Mireille de Wee, bestuurder van Mijzo: “Mijzo heeft ervaring met samenvoegingen, zoals de eerdere fusie van De Riethorst Stromenland, Volckaert en Schakelring. Ook nu neemt Mijzo haar maatschappelijke verantwoordelijkheid: zorgen dat ouderen in onze regio kunnen blijven rekenen op passende, kwalitatief goede en bereikbare zorg en medewerkers een fijne, toekomstbestendige werkplek hebben.”