Dat blijkt uit een rapport van de Kinderombudsman. De onderzoekers spraken voor het rapport onder anderen met experts en (oud-)bewoners.
Bestaande procedures om klachten in te dienen duren volgens ondervraagden te lang en jongeren hebben vaker behoefte aan een open gesprek dan het indienen van een officiële klacht. Jongeren geven verder aan dat ze niet bij voorbaat vertrouwen dat de klachtafhandeling echt onafhankelijk is. Ook vrezen ze negatieve gevolgen van het indienen van een klacht.
Weinig vooruitgang
In 2016 onderzocht de Kinderombudsman al eerder het klachtrecht in jeugdzorginstellingen. Volgens het nieuwe rapport, getiteld ‘Je bent maar een kind, je durft gewoon niet’, zijn de structurele problemen die toen werden gevonden nog altijd niet opgelost.
Kinderombudsman Margrite Kalverboer stelt in het rapport dat er veel te weinig vooruitgang is geboekt: “Uit het onderzoek blijkt dat de klachtenprocedures niet toegankelijk zijn voor jongeren, waardoor ze er weinig gebruik van maken. “Zolang deze jongeren zich niet veilig voelen om meldingen te doen, komen we er niet achter wat er tijdens het verblijf in hun leven speelt en wat er niet goed gaat.”
De jongeren zijn afhankelijk van de zorg op de plek waar ze verblijven. Ze zijn extra kwetsbaar omdat ze gescheiden zijn van hun gezin en in hun vrijheden zijn beperkt. “Als je wilt dat jongeren zich uitspreken, moet je zorgen voor een veilig pedagogisch klimaat”, aldus Kalverboer. Daarom moet er volgens het rapport meer geïnvesteerd worden in vertrouwensrelaties met jongeren en moeten ze betrokken worden bij besluiten die hen raken.
Volgens de onderzoekers moet het de standaard worden dat jongeren op een begrijpelijk niveau geïnformeerd worden over hun klachtrecht. Ook zouden ze klachten online en anoniem moeten kunnen indienen. Daarbij is volgens jongeren terugkoppeling van groot belang, ze willen weten wat er met hun klacht is gedaan en welke afwegingen er door organisaties zijn gemaakt.
ANP