Een deel van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (vbar), komt te vervallen. Dat heeft de ministerraad vrijdag 6 maart besloten. Het gaat om enkele voorwaarden waaraan de relatie tussen zzp’er en opdrachtgever moet voldoen om aan te tonen dat geen sprake is van een dienstverband. Zo hoeven opdrachtgever en opdrachtnemer straks niet langer aan te tonen dat er geen sprake is van ‘inbedding organisatie’.
Niet alle regels rond schijnzelfstandigheid verdwijnen uit het wetsvoorstel, zo moeten zzp’ers bijvoorbeeld wel zelf hun tarieven kunnen bepalen en geldt er straks een minimumtarief van 38 euro. Bij een lager tarief moet de werkgever actief aantonen dat iemand geen werknemer is.
Het kabinet past het wetsvoorstel aan, nadat duidelijk was geworden dat de Tweede Kamer niet akkoord zou gaan met delen van de nieuwe wet.
Oude wet DBA nu nog van kracht
Op dit moment geldt nog de huidige wet. De wet DBA was al sinds in 2016 van kracht, maar werd pas sinds 1 januari 2025 gehandhaafd. Veel opdrachtgevers vreesden voor boetes en naheffingen voor loonbelasting en sociale premies en besloten niet langer te werken met zelfstandigen of in elk geval veel minder externen in te huren.
Ook in de zorg leidde handhaving van de wet DBA tot veel onrust. Veel zorginstellingen hebben hun afhankelijkheid van zzp’ers het afgelopen jaar teruggebracht. Toch gebeurde dit lang niet overal, zoals in de huisartsenzorg waar huisartsenposten met zzp’ers bleven werken.
In december besloot het vorige kabinet om in elk geval geen boetes uit te delen tot aan de zomer. Aartsen wil het nu aangepaste wetsvoorstel snel naar de Kamer brengen.