© hafakot / Stock.adobe.com
Dat blijkt uit een pilot in tien regio’s waarmee passende woonzorg gevonden moet worden voor mensen met een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz) die dakloos zijn of dreigen te worden. De uitkomst staat beschreven in een Kamerbrief van minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport. De brief gaat over de werkagenda ‘Een betekenisvol leven met een langdurige psychische aandoening’.
Verantwoordelijk
Zorgkantoren zijn verantwoordelijk voor het inkopen van voldoende woonzorgplekken voor mensen met een Wlz-indicatie. Maar voor sommige mensen is er volgens de minister niet altijd een ‘passende’ woning beschikbaar.
Geen aansluiting
Om dat te verbeteren moet er via de pilot samengewerkt worden bij ‘urgente’ bemiddelingsvragen. Nu blijkt dat er geen beeld is van aantallen cliënten in de regio. Ook niet van het aantal beschikbare woningen. Bovendien blijkt uit de pilot dat het aanbod niet aansluit op de behoefte van de cliënten.
Handreiking
De volgende stap in de pilot is dat de partijen in de regio’s samen onderzoeken wat er nodig is om iemand verder te helpen. Dat gebeurt aan de hand van individuele situaties. Vervolgens moet dat vertaald worden naar ‘structurele’ afspraken. Dit alles moet voor de zomer afgerond zijn en tot een ‘handreiking’ verwerkt worden.
Overbruggingsplekken in Rotterdam
Minister Sterk haalt de regio Rotterdam aan waar zeven ‘overbruggingsplekken’ zijn. Mensen met een Wlz-indicatie kunnen voor drie maanden in de maatschappelijke opvang verblijven. In die tijd kunnen de zorgaanbieder en het zorgkantoor een beter beeld krijgen van de cliënt. Daardoor kan er een passende woonplek gezocht worden. De cliënten krijgen voorrang bij plaatsing.
De minister concludeert dat ‘de opgave’ voor de regio’s groot is. Ze roept partijen in de regio’s op om met elkaar in gesprek te blijven zodat in acute situaties snel gehandeld kan worden.

