“Het wetsvoorstel druist lijnrecht in tegen de professionele autonomie van de arts en belemmert het toepassen van de professionele standaarden en richtlijnen”, reageren onder meer artsenfederatie KNMG, de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) en AJN Jeugdartsen Nederland.
Vertraging
Het kabinet wil de hoge druk op de jeugdzorg verminderen door de regie bij lokale teams neer te leggen, die elke gemeente moet inrichten. Het doel is om de jeugdzorg “zo passend mogelijk” in te zetten: “Licht als het kan, zwaar als het moet”, zoals het ministerie van Volksgezondheid het verwoordt. Als de teams goed draaien, moeten zij gaan onderzoeken welke hulp nodig is en de verwijzing regelen. De artsenorganisaties vrezen hierdoor echter vertraging en andere nadelige effecten.
Risico
“Als verwijzend huisarts, kinderarts en jeugdarts zien we helaas geregeld kinderen en jongeren met ernstige psychiatrische ziektebeelden, waarbij op korte termijn beoordeling en behandeling in specialistische jeugd-ggz en vaak specifiek door een kinder- en jeugdpsychiater noodzakelijk is”, schrijven de organisaties. Ze doelen bijvoorbeeld op depressies, psychoses en eetstoornissen. De artsen zien in de wet “een groot risico voor de veiligheid, kwaliteit en tijdigheid van noodzakelijke jeugdzorg”.
Druk verlagen
Het kabinet wil juist de druk op de sector verlagen. “Te veel jongeren en gezinnen doen op dit moment een beroep op jeugdhulp, waardoor jongeren niet altijd de juiste hulp krijgen en het stelsel onder druk staat”, stelde staatssecretaris Judith Tielen eerder dit jaar, toen ze nog verantwoordelijk was voor het jeugdbeleid. In het nieuwe kabinet is ze staatssecretaris van Onderwijs.
Geen fundamentele keuzes
Jeugdzorg Nederland (JN) is kritisch om andere redenen. De brancheorganisatie steunt het doel “om de jeugdhulpplicht scherper af te bakenen”, maar zegt in het voorstel fundamentele keuzes en “een integrale aanpak van gezinsproblematiek” te missen. “Hierdoor komt passende hulp en bescherming voor kinderen en gezinnen die dit het hardst nodig hebben extra onder druk te staan”, reageert de organisatie.
Anders dan de artsen is de brancheorganisatie wel voor “stevige inperking van de verwijsroute via de huisarts, zodat onnodige medicalisering wordt tegengegaan”.
(ANP)