Dat blijkt uit narekening die de Landelijke Huisartsen Vereniging heeft gedaan. De NZa laat weten de suggestie dat de nieuwe tarieven niet kloppen of verkeerd zijn berekend “stellig te bestrijden.”
LHV
De huisartsen hebben de NZa naar eigen zeggen, gewezen op de foute percentages in de formele tariefbesluiten. “De NZa beweerde op haar website en in het tariefbesluit dat de tarieven met 2,2 procent stijgen in 2025 en 2026, maar dit is niet juist. Beloofde correctie van de tarieven is in de praktijk 1,8 procent voor 2025 en 1,6 procent voor 2026.”
Andere rekenmethode
Volgens de woordvoerder van de NZa is er onduidelijkheid ontstaan over de percentages als gevolg van verschillende rekenmethodes. “De NZa heeft de gemiddelde tariefstijging van 2,2 procent berekend op basis van de verhoging van de kostprijzen in het onderzoek op het kostenniveau van 2022. Terwijl de huisartsen de nieuwe tarieven van 2025 en 2026 hebben vergeleken met de ‘oude’ tarieven 2025 en 2026, waardoor ze op een ander percentage uitkomen. Wij vinden onze methode zuiverder.”
Nieuwe tarieven
Bij het nieuwe tariefbesluit dat de NZa dinsdag op last van de rechter publiceerde, vermeldde de NZa dat huisartsen vanaf 2025 ruim 60 miljoen euro per jaar extra krijgen om te investeren in huisvesting. Dit is als gevolg van de stijging van de door de NZa berekende maximumtarieven huisartsenzorg met gemiddeld 2,2 procent per jaar.
Overigens kunnen de huisartsen nog niet meteen de nieuwe tarieven, hoe ze ook uitvallen, declareren omdat zorgverzekeraars hun systemen nog niet hebben aangepast. De LHV adviseert huisartsen voorlopig nog de oude tarieven te declareren. Dit om te voorkomen dat declaraties worden afgewezen en betalingsachterstanden ontstaan.

Huisartsen worden uitgeknepen – en de NZa kijkt toe
Hoe lang accepteert Nederland nog dat de mensen die de basis van onze gezondheidszorg vormen, worden behandeld alsof zij een kostenpost zijn in plaats van onmisbare professionals?
Huisartsen zijn geen ambtenaren met een gegarandeerd salaris. De meesten zijn zelfstandige ondernemers. Zij betalen zelf hun praktijkgebouw, personeel, ICT, medische apparatuur, verzekeringen, energie, scholing en talloze administratieve verplichtingen. Terwijl vrijwel alle kosten jaar na jaar stijgen, blijven de tarieven structureel achter.
En wie staat er telkens op de rem wanneer om eerlijke tarieven wordt gevraagd? De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
De NZa noemt zichzelf een onafhankelijke toezichthouder. Maar steeds meer zorgverleners vragen zich af: onafhankelijk van wie? Want wanneer huisartsen, fysiotherapeuten, wijkverpleegkundigen en andere eerstelijnszorgverleners keer op keer aangeven dat zij financieel vastlopen, lijkt de NZa vooral uit te leggen waarom het systeem nog steeds zou functioneren. Niet de werkelijkheid op de werkvloer lijkt leidend, maar modellen, rapporten en spreadsheets.
Zolang patiënten nog nét geholpen worden, concludeert de NZa dat er geen probleem is. Maar een huisarts die iedere avond tot laat administratie doet, geen opvolger kan vinden, personeel nauwelijks kan betalen en nauwelijks nog kan investeren in zijn praktijk, is wel degelijk onderdeel van een probleem. Dat zie je niet terug in statistieken, maar wel in de dagelijkse praktijk.
De overheid heeft de regie over de eerstelijnszorg grotendeels uit handen gegeven aan zorgverzekeraars. De NZa zou juist de tegenmacht moeten zijn die voorkomt dat één partij te veel invloed krijgt. In plaats daarvan ervaren veel zorgverleners de NZa als een instantie die het bestaande systeem verdedigt in plaats van corrigeert.
Het resultaat is voorspelbaar. Steeds minder jonge artsen willen het financiële en organisatorische risico van een eigen praktijk dragen. Praktijken sluiten, waarnemers worden schaars en de werkdruk loopt verder op. Vervolgens spreekt iedereen zijn zorgen uit, terwijl de oorzaak al jarenlang bekend is.
Een zorgstelsel waarin de mensen die de zorg verlenen voortdurend moeten vechten voor een fatsoenlijk inkomen, is geen gezond zorgstelsel. Het is een systeem dat langzaam zijn eigen fundament afbreekt.
Misschien wordt het tijd dat niet de huisartsen, fysiotherapeuten en wijkverpleegkundigen zich voortdurend moeten verantwoorden, maar de overheid, de zorgverzekeraars en de NZa. Want als vrijwel iedere beroepsgroep in de eerstelijnszorg dezelfde noodkreet slaakt, ligt het probleem niet bij de zorgverleners. Dan ligt het probleem bij het systeem dat hen al jaren laat zwemmen.
Bij huisartsen gaat de vlag nooit uit. Het is nooit genoeg. Ze spelen altijd de ‘kijk ons zielig zijn’ kaart. Het zijn verrichtingen machines geworden. Elke verrichting wordt betaald. Er zijn huisartsen die met een duopraktijk (ieder werkt 4 dagen) een omzet halen van ruim €1.200.000. Na aftrek alle kosten (salaris personeel, kosten praktijk etc) blijft er ruim €300.000 winst over per huisarts (bij 4 dagen werk). Kijk op: https://digimv12.desan.nl/archive/search