In het publieke debat over obesitas zijn de stelligheden voor het oprapen. Het is preventie óf behandeling, leefstijl óf medicatie, eigen verantwoordelijkheid óf een falende leefomgeving. Wie het debat volgt, kan haast niet anders dan de indruk krijgen dat de keuze tussen die loopgraven onontkoombaar is. Voor ons in het zorgveld zou dat anders moeten liggen.
Verstarring
Een opvallende illustratie van de verstarring vormt het opiniestuk dat Mark Janssen, voorzitter van Zorginstituut Nederland, deze week publiceerde. Janssen pleit voor en-en, voor de combinatie van preventie en medicamenteuze behandeling. Een nobel doel, wat mij betreft. Toch valt het stuk vreemd uit. Hoezeer Janssen ook pleit voor balans, het overgrote deel van zijn betoog gaat over goedkeuring, vergoeding, prijsverlagingen en BMI-grenzen. Hij meldt schoorvoetend dat het Zorginstituut nu mogelijkheden ziet om bepaalde patiëntgroepen toegang te geven, somt op welke andere middelen al vergoed worden, en noemt zelfs een specifiek geneesmiddel bij naam. Pas in de slotalinea’s komt de roep om preventie. Het lijkt erop dat Janssen het debat dat hij eigenlijk wil voeren, simpelweg niet meer kan voeren.
Geen geheim
Laat ik duidelijk zijn: ik onderschrijf zijn kernpunt volledig. Een effectieve aanpak van obesitas vraagt om preventie én behandeling. Dit is geen geheim. Dit is wat goede zorg in vrijwel iedere ziekte betekent, en het is wat we als zorgveld al jaren onderschrijven, in richtlijnen, in opleidingen, in onze gesprekken met de overheid. En toch is het ons in obesitaszorg niet gelukt dat als uitgangspunt te aanvaarden. In plaats daarvan zien we minstens drie stelligheden het debat vergiftigen, met praktische gevolgen tot in de spreekkamer.
Verwijten
Ten eerste de hardnekkige tegenstelling tussen preventie en behandeling. Wie pleit voor toegang tot goede medicamenteuze behandeling, krijgt het verwijt preventie te willen ondermijnen. Wie pleit voor preventie, krijgt het verwijt patiënten in de kou te laten staan. Beide verwijten zijn onzinnig, en toch worden ze in publicaties als die van Janssen, klaarblijkelijk onbedoeld, in stand gehouden.
‘Makkelijke weg’
Ten tweede de tegenstelling tussen leefstijl en medicatie. Wie ook medicamenteuze behandeling nodig heeft, kiest klaarblijkelijk de makkelijke weg. Daarmee wordt de Gecombineerde Leefstijlinterventie, een waardevol onderdeel van goede zorg, gedegradeerd tot wapen in een schijngevecht. Een klap in het gezicht van de huisartsen, leefstijlcoaches, diëtisten en fysiotherapeuten die de GLI in de praktijk vormgeven en die maar al te goed weten dat hun werk geen vervanging is voor medicatie, maar er zinvol naast kan staan.
Quick fix
Ten derde de quick fix-stelling. Dat we dit gesprek in deze toon voeren, zegt iets over hoe we naar mensen met obesitas kijken, alsof zij hun toegang tot zorg eerst nog moeten verdienen. Bij vrijwel iedere andere ernstige aandoening die door leefstijl- of omgevingsfactoren beïnvloed wordt, voeren we dit debat niet op deze toon. Voor obesitas blijven we dat ene woordje ‘én’ merkwaardig moeilijk vinden, en het stuk van Janssen illustreert hoezeer dit ook in de hoogste echelons van ons stelsel is gaan zitten. Hij voelt zich klaarblijkelijk genoodzaakt eerst uit te leggen dat medicatie niet voor iedereen is, niet voor mensen die ‘gewoon’ willen afvallen, niet zonder strenge beoordeling, niet zonder begeleiding. Het lijkt bijna een verontschuldiging voor het feit dat een geneesmiddel überhaupt bestaat.
Nuance vereist
Daar zit dan ook mijn oproep, en die richt zich nadrukkelijk ook tot ons in het zorgveld zelf. Wij vormen het debat ook door wat we nalaten te zeggen, of door welke nuance we te vaak laten lopen. Wees zorgvuldiger. Onderschrijf openlijk dat preventie en behandeling beide nodig zijn. Stop met elk pleidooi voor het een te framen als aanval op het ander. En stop bovenal met elk pleidooi voor medicamenteuze behandeling te omkleden met excuses, alsof het iets is waarvoor de zorg verantwoording schuldig is aan de samenleving. Bij geen andere serieuze ziekte voeren we dit ritueel uit. Hier zou dat ook niet meer moeten.
Goede zorg voor mensen met obesitas verdient die zorgvuldigheid. Pas dan kunnen we werkelijk spreken over en-en.