Abonneer u nu op dé podcast door de redactie van Skipr en Zorgvisie over de gezondheidszorg in Nederland Beluister de afleveringen van Voorzorg hier

Reader Interactions

Reacties 2

  1. ‘We moeten met elkaar in gesprek over wat voor samenleving we met elkaar willen, tenminste in relatie tot ouderenzorg.’ Heel erg mee eens. Want hopelijk worden we allemaal ooit een oudere. En dan doel ik niet op de kwieke oudere, die tennist of golft en de campings bevolkt. Want daarna is er nog een fase in ons leven. Althans voor de meeste mensen. We gaan immers zelden gezond dood. Ten behoeve van een realistische langetermijnvisie op de langdurige zorg voeg ik graag bijgaande overdenking (blog) toe.

    Gezond ouder worden, dus gezond doodgaan?
    Wie wil dat niet, gezond oud worden? Dus spenderen we in Nederland heel veel tijd en geld aan gezond ouder worden. Onder meer door het doen van onderzoek naar wat we moeten doen en laten, veelal in uitgebreide programma’s, om het ideaal van gezond ouder worden te bereiken. Maar gaan we dan ook gezond dood? Of gaan we juist niet meer dood?
    Het adagium gezond ouder worden lijkt de belofte in zich te houden dat we niet meer dood gaan. En dat is, voor de meeste mensen (en, moet ik eerlijk zeggen, ook voor mij), een veel leuker vooruitzicht dan die dood. Dus liever het beeld van het eeuwige leven op het netvlies dan dat van de dood. Hoe onrealistisch ook. Dat brengt met zich mee dat we een belangrijke fase in ons leven meer en meer lijken te ontkennen. Althans voor onszelf.
    Een ander kan het overkomen, maar als we maar goed genoeg alles doen om gezond ouder te worden, dan gaat die fase aan onze deur voorbij. Ik bedoel daarmee de periode van de laatste jaren voor de dood. De fase waarin ons lichaam (en soms ook de geest) ons meer en meer in de steek laat. De fase waarin verzorging of verpleging steeds meer een noodzakelijk kwaad is. Of die fase nu komt na je 60e, 80e of je 100e, voor de meesten van ons zal die echt komen. Want vooralsnog is het zo dat we dood gaan omdat het lichaam niet meer werkt zoals we gewend waren. Onderdelen gaan kapot en met lapwerk houden we het nog een tijdje aardig vol, maar echt herstellen is er niet meer bij en uiteindelijk houdt het op.
    Om dit verschijnsel niet helemaal te ontkennen, is met het omarmen van het adagium ‘gezond ouder worden’ ook gekozen voor een andere definitie van ‘gezondheid’. Niet langer is ‘gezond’ hetzelfde als ‘niet ziek’ of een vorm van ‘compleet welbevinden’. In de huidige opvatting wordt vooral de potentie benadrukt om gezond te zijn of te worden. En de verpleeghuisarts is een specialist ouderengeneeskunde geworden. Maar is het die potentie (en dus ‘genezing’) waar het in die laatste fase om gaat? Is het benadrukken van de potentie om gezond te zijn of te worden in die periode niet juist een benadrukken van de overtuiging van het eeuwige leven of een ontkenning van de dood?
    Zou het in dit stadium niet juist moeten gaan om de potentie om waardig dood te kunnen gaan? En daarmee heb ik het niet over euthanasie, maar over het leven van die laatste fase. Doodgaan is een werkwoord, niet een momentopname. Want daar waar het aftakelen van het lichaam fysiek al in de vroege volwassenheid begint, vindt het afscheid nemen van het leven vooral plaats in die laatste fase. Dat is niet gericht op het bereiken van iets als gezondheid, maar eerder op het loslaten ervan. Ik pleit voor meer aandacht en waardering voor deze fase en in het denken over zorg en gun ons allen een tevreden afscheid.

  2. In plaats van de bestaande situatie als uitgangspunt te nemen is het beter een nieuw model te ontwerpen gebaseerd op meer zelfredzaamheid van de ouderen én een compleet ander werkformat om het werken in de zorg aantrekkelijk te maken en te houden. Er is een model uit een andere sector die zich daar uitstekend voor leent: het onderwijs. Elke leerkracht kent de percentuele verdeling van de uren die hij moet werken: lesgebonden (lees actieve zorgverlening);
    niet-lesgebonden (lees zorgadministratie en overleg);
    deskundigheidsbevordering (lees bij- en nacholing).

    Met dit model reken je makkelijk uit hoeveel tijd iemand beschikbaar is voor ‘zorg aan het bed’ en baseer je daar een planning op. Ja, dan zet je iets meer uren in maar zo komen onze gewaarde collega’s meer tot rust, zijn de taken te overzien, daalt het ziekteverzuim, solliciteren er meer mensen, blijft iedereen leren en wordt dit prachtige vak weer mooi en aantrekkelijk. Dit model is toepasbaar op de héle zorgsector.

    Marc Vieten
    Directeur Valuas Zorggroep