Dat staat in de verkenning van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) naar HIC en IHT. Die heeft de NZa gedaan op verzoek van oud-staatssecretaris Karremans, die de marktwerking wilde terugdringen in de cruciale ggz.
Budgetbekostiging cruciale ggz
Maar de NZa heeft onvoldoende kwalitatieve en kwantitatieve informatie over de organisatie en kwaliteit van deze zorg en de landelijke knelpunten. Daardoor is nog niet vast te stellen welke vorm van bekostiging en inkoop het meest passend is. Of budgetbekostiging voor cruciale ggz daadwerkelijk bijdraagt aan de beschikbaarheid van zorg voor deze kwetsbare patiënten valt niet te onderbouwen.
Toegankelijkheid HIC en IHT
Wel zijn op korte termijn belangrijke stappen mogelijk om de toegankelijkheid van HIC en IHT te verbeteren. Zo kunnen betrokken partijen samenwerken aan een duidelijk normenkader voor de organisatie en kwaliteit van deze zorg. Daarnaast is er beter inzicht nodig in de aard van de zorg, zorgaanbieders en groepen patiënten.
Zorginkoop afstemmen
Ook kunnen zorgverzekeraars onderlinge afspraken maken om de inkoop meer op elkaar af te stemmen en mogelijk gebruikmaken van opties binnen de bekostiging van de acute psychiatrie. De NZa adviseert om aan de slag te gaan met de acties uit de opgestelde werkagenda. Ook zorgverzekeraars en zorgaanbieders hebben en houden hierin een belangrijke rol. De NZa verwacht in de loop van 2027 opnieuw advies te geven. Ook zal de NZa het toezicht op zorgverzekeraars en zorgaanbieders in de cruciale ggz intensiveren.
Lees op Zorgvisie het interview met NZa-bestuurder Karina Raaijmakers: NZa: onduidelijk of budgetbekostiging problemen cruciale ggz oplost

De NZa stelt haar eigen onvermogen tot adviseren inzake cruciale GGZ openbaar in de etalage. Dan dient VWS zelf een uitspraak te doen. Want, indien de middelen ontbreken tot professionele hulp verliest de cliënt de mogelijkheid om een passende zorgovereenkomst te laten bekostigen en ontstaat er dus geen zorgaanbod. De zorgprofessionals hebben inmiddels een duidelijk signaal afgegeven en het moeten aanbieden van ondermaatse zorg mag niet verlangd worden ( tenzij sprake is van levensgevaar ) en zou daardoor de capaciteit voor wel erkende zorg nadelig worden beïnvloed.