Hoewel het bedrag in absolute zin fors is toegenomen, zijn de totale zorguitgaven als percentage van het bruto binnenlands product (bbp) slechts licht gestegen. Waar het in 2024 ging om 10,1 procent, kwam het aandeel vorig jaar uit op 10,2 procent. Daarmee stijgen de zorgkosten de afgelopen vier jaar, sinds het einde van de coronapandemie, in een vergelijkbaar tempo als de algehele economische groei van Nederland.
Verschillen per zorgsector
Binnen de gezondheidszorg springen de uitgaven aan de langdurige zorg (Wlz) in het oog. Deze sector zag de kosten met 7,6 procent stijgen. Volgens het CBS wordt deze toename niet alleen veroorzaakt door de reguliere jaarlijkse indexatie, maar ook door een gerichte tariefsverhoging vanuit de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) voor de gehandicaptenzorg en eerstelijnsverblijf.
De kosten binnend de Zorgverzekeringswet (Zvw) namen minder hard toe, met 5,4 procent. De revalidatiezorg (zoals geriatrische revalidatie, fysiotherapie en ergotherapie) noteerde de kleinste stijging met 4,6 procent.
Het overgrote deel, 46,1 procent (55,4 miljard euro) van het gehele zorgbudget gaat naar algemene geneeskundige zorg. De langdurige zorg is goed voor bijna dertig procent (35,6 miljard euro), gevolgd door genees- en hulpmiddelen met 11,7 miljard euro.
Eigen betalingen nemen toe
De eigen betalingen namen gemiddeld met 6,7 procent toe. Vooral de eigen bijdragen voor de Wlz stegen fors: met 11 procent. De uitgaven die burgers deden via het eigen risico van de zorgverzekering stegen met een beperktere 2,2 procent. Ondanks deze individuele verhogingen, blijft het aandeel dat burgers in totaal zélf betalen aan zorg stabiel steken op 11,9 procent van de totale zorguitgaven.
Vergeleken met de rest van Europa geeft Nederland relatief gemiddeld uit. Volgens de meest recente Europese cijfers uit 2024 staat Nederland op de achtste plaats van de 27 EU-lidstaten. Koploper is Duitsland (12,3 procent van het bbp), terwijl Roemenië (5,8 procent) de lijst afsluit.
