ACTUEEL

Vooruitblik op zorgbeleid mogelijke coalities

Vooruitblik op zorgbeleid mogelijke coalities

In vrijwel elke denkbare coalitie zijn de VVD (41 zetels) en PvdA (39 zetels) tot elkaar veroordeeld. Hun visies op het stelsel in de curatieve zorg staan haaks op elkaar. Dat is complicerend voor het formatieproces, aangezien de zorg een belangrijk thema in de verkiezingscampagne was.

Er bestaat diverse manieren waarop huidige stelsel gehandhaafd blijft naar de wens van de VVD en eventuele andere partijen, terwijl er stevige handreikingen naar de PvdA worden gedaan, zodat beide partijen tevreden kunnen zijn. Dat stellen Gerard Adelaar en Leo Melissen, respectievelijk werkzaam bij Axon Connect, analisten in de zorg, en Brabers, specialisten in marktregulering.

Het uitgangspunt zal in elk geval het huidige zorgstelsel zijn. De VVD en een coalitiepartij zullen volgens Adelaar en Melissen namelijk, zeker nu bezuinigd moet worden en het begrotingstekort tegen het door Brussel toegestane tekort aanschommelt, niet akkoord gaan met een rigide geldverslindende stelselwijziging. Bovendien is het volgens het CPB erg onzeker of zo’n ingrijpende stelselwijziging in de zorg op korte termijn uitvoerbaar is.

Centraal gereguleerde elementen

De VVD en PvdA zouden centraal gereguleerde elementen kunnen aanbrengen. “Een partij als de PvdA kan ze claimen als bewegingen naar een meer centraal gereguleerd stelsel. Andere partijen halen ze binnen als eigen programmapunten. Denk aan onderwerpen als concentratie/aanbesteding van topreferente zorg en het onder de vergunningsplicht van de Wbmv brengen van een aantal ziekenhuisfuncties. Met convenanten die de volumegroei beperken, kan de PvdA de boodschap uitdragen dat de markt wordt beteugeld. Dat geldt ook voor door de overheid gearrangeerde financiële afspraken met farmaceuten over voorwaardelijke vergoeding van dure middelen”, aldus Adelaar en Melissen.

Prikkels voor verrichtingen

Een punt van kritiek op het huidige zorgstelsel is dat professionals nu geprikkeld zijn om veel verrichtingen uit te voeren in plaats van zich primair te focussen op de kwaliteit van leven van de patiënt. “Een omslag op dit punt is een in de politiek en het veld breed levende wens. Afgesproken kan worden, om te experimenteren met bekostiging op basis van gezondheidswinst. Omdat dit in vele varianten op populatieniveau plaatsvindt, ligt hier een uitgelezen mogelijkheid om met een speerpunt te komen waarmee zowel voor- als tegenstanders van het huidige stelsel thuis kunnen komen. Populatiebekostiging lijkt namelijk op een budgetvariant. Mocht alsnog gekozen worden voor een stelsel dat meer elementen heeft van de budgetvariant van de PvdA, dan is dit ook zo ongeveer het enige punt waarop dit voor andere partijen te verkopen zou zijn”, stellen Adelaar en Melissen.

Optimaliseren inhoud recht op zorg

Wat betreft het recht op goede zorg is een mogelijke coalitie-afspraak een percentage van het budget voor curatieve zorg te reserveren voor het doorlichten van bestaande behandelingen op hun meerwaarde, stellen Adelaar en Melissen. Daarbij moet volgens hen de nadruk liggen op behandelingen met een hoog macrokostenbeslag. “In tegenstelling tot allerlei beperkende voorwaarden vanuit de overheid, wordt met dit beleidspunt een evenwicht bereikt tussen de noodzaak tot beheersing van de zorgkosten enerzijds en de professionele autonomie van artsen anderzijds. Hier ligt een mooie taak weggelegd voor het Kwaliteitsinstituut voor de zorg. Geen enkele partij zal tegenstander zijn van het verbeteren van het recht op zorg, terwijl een partij als de PvdA, die meer overheidsingrijpen voorstaat, kan claimen dat de overheid zich meer gaat bezighouden met de invulling van het recht op zorg.”

Zorg in de buurt

Veel partijen zijn een groot voorstander van versterking van de eerste lijn en zorg in de buurt. De PvdA trekt hier als enige partij veel geld voor uit, namelijk 1 miljard euro.”Dat er unanieme overeenstemming is over het belang van de eerste lijn, opent hier mogelijkheden. Een budgettair verantwoorde intensivering voor de eerste lijn zou een handreiking kunnen zijn richting de PvdA, omdat er geen alternatief zorgstelsel komt. Dit is inhoudelijk te verdedigen: de laatste jaren kreeg concentratie van complexe zorg de aandacht, nu is het tijd voor versterking van zorg in de buurt. Hierbij valt tevens te denken aan maatregelen als een prestatie onderlinge dienstverlening tussen huisarts en specialist en één financieel kader voor eerste en tweede lijn. Daarbij zal geld overgeheveld worden uit de tweede naar de eerste lijn. Dat is door de VVD te verkopen als een doelmatigheidsverhaal, waarbij tevens de zelfredzaamheid van de burger middels zorg in de buurt wordt versterkt.”

Verdeling zorgkosten

“De PvdA heeft stevig gepleit voor het inkomensafhankelijker verdelen van de zorgpremies. Aan dit pleidooi zou tegemoetgekomen kunnen worden, door de nominale premie te verlagen en het verlaagde aandeel terug te laten komen in een aanpassing van het inkomensafhankelijke deel (percentage en plafond). De zorgtoeslag, bedoeld als inkomensafhankelijke tegemoetkoming voor het nominale deel, kan dan beperkt of afgeschaft worden. Dit laatste is een wens van de linkse partijen, maar kan door rechtsere partijen verkocht worden als beperking van de bureaucratie en het rondpompen van geld – zo’n tweederde van de Nederlandse verzekerden ontvangt zorgtoeslag”, stellen Adelaar en Melissen.

12 Reacties

om een reactie achter te laten

Frank Conijn - www.gezondezorg.org

14 september 2012

Dit lijken me toch allemaal maatregelen waar de bevolking weinig of niets van zal merken, zodat er snel gemor zal ontstaan over het regeringsbeleid. Zelfs het inkomensafhankelijk maken van de zorgpremie is een maatregel voor de bühne als tegelijkertijd de zorgtoeslag wordt afgeschaft. De oppositie zal er wel bij varen.

Een meer aansprekend en voor beide partijen beter verdedigbaar compromis is als men:

* de zorgverzekeraars laat opgaan in één, publieke zorgverzekeraar;
* selectieve zorginkoop op basis van uitkomstfinanciering realiseert (er is nu slechts sprake van verrichtingsfinanciering en de PvdA heeft de motie die uitkomstfinanciering verordonneert ook gesteund);
* nieuwe private zorginstellingen wel toelaat op de markt maar bestaande (semi)publieke privatiseert;
* het eigen risico inruilt voor redelijke eigen bijdragen voor alleen zelfverwezen zorg, zoals bezoek aan de SEH, huisartsenpost en huisarts zonder (terug)verwijs- of terugkombriefje. Men denke dan aan bedragen van € 30, € 15 en € 5;
* ter kostenbewustwording, wat een andere reden was voor het eigen risico, de AWBZ-premie (weer) laat vermelden op het inkomensoverzicht. En ze dekkend maakt, onder verlaging van de inkomstenbelasting. Nu wordt een kwart van de AWBZ-kosten betaald uit de algemene middelen;
* geen zorgsparen invoert (omdat jongeren dan dubbel moeten betalen) maar wel een aanvullende verzekering voor luxe AWBZ-voorzieningen in het leven roept.

Frank Conijn - www.gezondezorg.org

14 september 2012

Het derde punt had uiteraard moeten lezen:

* nieuwe private zorginstellingen wel toelaat op de markt maar bestaande (semi)publieke niet privatiseert;

Zuelen

14 september 2012

Het gaat niet om bezuinigen maar om veranderen. Automatisch daalt dan de zorgkosten. Na 30 jaar in alle lagen van organisaties te hebben gewerkt, met als achtergrond verpleegkundige in de thuiszorg dient zowel de AWBZ en het CIZ, een andere beleidsstructuur in te voeren. Daarnaast zijn er een wirwar van partijen die menen belangen te hebben. Bv. Management bijeenkomsten in de zorg. Kassa! Inmiddels kan ik er een boek over schrijven!

Wim van der Meeren

14 september 2012

Frank Conijn: slecht idee, die ene publieke zorgverzekeraar.
Dat leidt tot luiheid en bureaucratie.
CZ heeft als private partij met publieke doelen met het aanzwengelen van het debat over bv borstkankerzorg, kunnen doen wat de inspectie niet kan: de lat hoger leggen dan het minimum.
Als wij het slecht doen, kan de verzekerde weg lopen.
Dat houdt ons scherp!

Mitrasing

14 september 2012

80% vd mensen die geld verdienen in de zorg ziet geen patiënt.... Tja... Sinds wanneer zegt een beleidsmaker of manager: "we zijn niet nodig"?
In Zweden zitten er op het ministerie van Health en Social Affairs maar 220 ambtenaren. Kan Rutte en Samsom nog wat van leren.

Schulte

14 september 2012

@ Skipr: goed stuk!

Frank Conijn - www.gezondezorg.org

14 september 2012

@ Wim van der Meeren:

De praktijk bewijst dat concurrentie tussen zorgverzekeraars niet werkt. 5,5% mensen die jaarlijks van zorgverzekeraar wisselen, inclusief hen die van collectieve verzekering wisselen als gevolg van verandering van werkgever, is een nietig percentage.

En onderlinge concurrentie kán er ook nauwelijks zijn, gezien dat het basispakket en de prijs van de basisverzekering geheel resp. grotendeels worden bepaald door de politiek.

Ook bedragen naar verluidt de personeelskosten van alle zorgverzekeraars samen de helft van alle specialisteninkomens.

De voordelen van één, publieke zorgverzekeraar zijn opgesomd:
* veel minder overheadkosten;
* veel lagere solvabiliteitseisen;
* een veel effectievere zorgregisseur;
* veel minder rompslomp voor de zorgaanbieders.

Ik vrees dus voor u dat de logica gebiedt dat één, publieke zorgverzekeraar toch een heel goed idee is.

Voor de geïnteresseerde lezer zij overigens nog vermeld, m.b.t. het vraagstuk van het privatiseren van bestaande (semi)publieke zorginstellingen, dat dat niet nodig is. Die kunnen namelijk vastrentende obligaties uitgeven om aan niet-bancair geld te komen, wat de reden was om ze toe te staan te privatiseren.

Wim van der Meeren

14 september 2012

Beste Frank Conijn,
Uit eigen ervaring weet ik dat verzekerden verliezen niet leuk is en dat het ons zeer scherp houdt.
Het percentage dat u noemt is stevig: zo hard gaat het bij de meeste aanbieders niet.
U heeft het over de personeelskosten van verzekeraars.
"Naar verluid" is geen betrouwbare informatiebron.
CZ geeft krap 4 procent van de omzet uit aan zichzelf.
Dat is inclusief reclame en alle denkbare kosten voor het intermediair. Dat is veel minder dan in de ziekenfondstijd en het is dalende. De druk op efficiënte bedrijfsvoering is groot.
Met betrekking tot de solvabiliteitseisen van DNB heeft u een punt. Die zouden wat mij betreft gematigder kunnen.
Anderzijds: de solvabiliteit is nu op orde en dit is eenmalig geld.
Overigens ben ik van mening dat de complexiteit van de sector gebaat is bij verschillen ( ook verschillende aanpakken van verzekeraars) : eenheidsworst helpt hier niet.
Overigens gaat u niet in op mijn claim dat CZ echt iets bereikt heeft, wat een ander, ook de overheid, niet voor elkaar kreeg.
Er is überhaupt veel beweging in de sector gekomen door ons. Niet iedereen is daar blij mee ( apothekers bv).

Frank Conijn - www.gezondezorg.org

14 september 2012

@ Wim van der Meeren:

Ik ben inderdaad vergeten om op uw claim in te gaan. Het verbaast me echter dat u die affaire opvoert, want ik vond het nogal een pijnlijke affaire voor CZ.

CZ stelde namelijk dat een aantal ziekenhuizen niet aan de kwaliteitsnormen van CZ voldeed op het gebied van de borstkankerzorg. Maar diezelfde ziekenhuizen eindigden in de kwaliteitsmonitor van de Borstkankervereniging Nederland bovenin, kregen zelfs een lintje. Ook bleek dat CZ telde hoeveel borstkankeroperaties een ziekenhuis deed, terwijl het gaat om hoeveel een chirurg er doet (met uiteraard de garantie dat die ze ook allemaal doet/doen).

Daarna heeft CZ de kwaliteitsnormen aangepast, volgens de eigen website. (Of die ziekenhuizen daardoor alsnog in aanmerking kwamen voor een contract weet ik niet.)

Verder is het de politiek geweest die uiteindelijk een klap op het hele verhaal van kwaliteitsnormen heeft gegeven, door de motie-Smilde c.s. bijna unaniem aan te nemen. Die motie verordonneert uitkomstfinanciering, gebaseerd op meting van de zorgkwaliteit (klachtenverloop en patiënttevredenheid, stel ik me zo voor).

Men had men moeten beginnen met zorgkwaliteitsmeting voordat men überhaupt begon aan het verhaal van concurrentie tussen zorgaanbieders, dus de politiek gaat hier ook niet vrijuit. Maar dat hadden de verzekeraars vervolgens moeten zien, want die presenteerden zichzelf als de zorgregie-experts.

Vijf tot zes jaar lang kwam er echter niets, bleef men maar aanmodderen met een totaal mislukt DBc-systeem, waar kwaliteit nauwelijks een rol in speelt. Het is weinig meer dan een coderingssyteem voor separaat te declareren verrichtingen, zelfs diagnoses en behandelingen kunnen apart gedeclareerd worden.

Zodoende is verrichtingsfinanciering ontstaan, die weliswaar de wachtlijsten verkortte, maar ook prikkelde tot het doen van verrichtingen die onnodig (duur) waren.

Ik ben dus helaas niet onder de indruk van de zorgregiekwaliteiten van de zorgverzekeraars, en durf te stellen dat de Tweede Kamer met de aanname van de motie-Smilde er een betere kijk op heeft. Derhalve durf ik met een gerust hart te pleiten voor één, publieke zorgverzekeraar.

Frank Conijn

14 september 2012

@ Wim van der Meeren:

Ik zal nog even op de andere punten ingaan die u noemt.

De stelling dat de personeelskosten van de zorgverzekeraars evenveel bedragen als de helft van alle specialistensalarissen werd geponeerd in het Financieele Dagblad in augustus 2011. U stelt daartegenover dat u slechts vier procent van de omzet aan uzelf uitgeeft, maar dat sluit elkaar niet uit.

Verder is een overgang naar één, publieke zorgverzekeraar ook een besparing ten opzichte van de ziekenfondssituatie. Vroeger waren er namelijk ook verschillende ziekenfondsen.

V.w.b. de solvabiliteitseisen lijkt mij het huidige reservekapitaal dood kapitaal, in termen van aanwending voor zorgdoeleinden. Ook is het volgens de berichtgeving in het FD zo dat de E(M)U vereist dat het kapitaal flink groter wordt dan nu.

Tot slot stelt u: "Overigens ben ik van mening dat de complexiteit van de sector gebaat is bij verschillen[de aanpakken] (ook verschillende aanpakken van verzekeraars): eenheidsworst helpt hier niet."

Dat ben ik half met u eens. Als u op mijn site kijkt zult u zien dat ook ik pleit voor verschillende aanpakken voor de verschillende sectoren. Zo is selectieve zorginkoop niet geschikt voor de huisartszorg, daarvoor zou men moeten werken met bonus-malusbeloning. Op basis van nader te bepalen kwaliteitsindicatoren, want klachtenverloopmeting is daar moeilijk omdat er vaak door anderen behandeld wordt.

Maar ik pleit tegen verschillende aanpakken door verschillende zorgverzekeraars. Zorgaanbieders willen dat nu juist niet... Die willen één beleid, gebaseerd op een werkbaar en accuraat beloningssysteem. Daar is nu geen sprake van -- elke zorgverzekeraar heeft zijn eigen kwaliteitscriteria en -systeem. En geen van de systemen is accuraat.

Schuite

16 september 2012

Eigenlijk wordt het nu tijd voor een totaal andere manier van denken, waar al effectieve pilots van zijn.
Zorg op Maat, Zonder Meerkosten.
Essenties:
- Patient aan het stuur van zijn zorg (met bijbehorende info etc)
- ketenomkering en ketenmanagement
- verwijderen van waste uit de ketens en de primaire processen
- ICT als enabler van zorgprocessen met europese formats van data en een referentiearchitectuur
- landelijk EPD
- genetwerkt organiseren: gelijkwaardige uitruil van toegevoegde waarde en belangen
Moeten wij wel anders gaan denken en ........ doen

E.Kriek

25 september 2012

Wow, Schuite!
Ik geef u 360 gradenfeedback.
De bekostigingsprikkel van de autonomiteit komt nog te weinig voor in uw bespreekvoorstel.
In uw denkkader betreft het een definitief eindconcept; en toch is er te weinig transparantie.
Wie is eigenlijk de probleemeigenaar?
Een bilateraal met mijn sparringpartner , maar ook met stakeholders, leerde mij dat het L-EPD geen randvoorwaarde hoeft te zijn voor een "stepped care" model.
Dit dient pluricultureel, proactief benaderd te worden, out of the box.
Anders moet e.e.a. gewoon neerwaarts bijgesteld worden.
Respect voor uw integere benadering van de problematiek; de kennistransfer kantelt echter wel!
Binnen het flankerend beleid, moet je gewoon in je kracht zitten, denk ik.
In principe praat je over een stukje empowerment, en employability.
Ik roep op tot het volgende:
alle neuzen dezelfde kant op!
Het denkkader past niet meer bij de bekostigingsprikkel, namelijk.
En nu handson, flexibel, een meersporenbeleid hanteren!

Top