Voor haar overstap naar de ziekenhuiswereld, was Michèle Blom directeur-generaal Rijkswaterstaat bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Eerder was zij onder meer directeur-generaal bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Nieuwe structuur
Sinds april 2023 is Blom voorzitter van de raad van bestuur van Isala. Onder haar hoede kreeg het ziekenhuis een nieuwe organisatiestructuur en werd de strategie Zorg voor de Toekomst ontwikkeld. Na bijna vier jaar legt zij haar functie op 1 februari 2027 neer.
De man van Blom werkt voornamelijk in het buitenland. “Het blijkt ondoenlijk om onze werkagenda’s goed op elkaar aan te passen”, licht Blom toe. “Na veel wikken en wegen heb ik daarom besloten te stoppen met mijn fulltimefunctie, zodat ik mijn agenda flexibeler kan invullen.”
Nieuw leven
Rvt-voorzitter Rik van Terwisga respecteert, maar betreurt het vertrek. Blom vertelt dat er na haar afscheid een totaal ander leven aanbreekt dan de afgelopen veertig jaar. “Meer ruimte voor reizen, meer tijd voor vrienden en familie en minder – of flexibeler – werken. Ik zal daar vast aan kunnen wennen.”

Bestuursvoorzitter ziekenhuis „zwaait af“ na 4 jaar! Hoewel in dit voorbeeld de reden begrijpelijk is, vakt me meer en meer op dat veel huidige bestuurders binnen vijf jaar al van baan wisselen en er dus weinig continuïteit qua persoon inzake strategische en tactische beleidsvoering zichtbaar blijft. Ook de verbindingen met regionale netwerken en werkrelaties intern blijven „dun“! Een nieuwe stijl van besturen ontstaat zo ongemerkt. Voor wervingsbureau‘s is dit natuurlijk zeer aantrekkelijk en er zullen zeker consultants zijn, die de voordelen hiervan zien. Maar relationele aspecten komen m.i. tekort. Nu zien we in de huidige samenstelling van ministersposten en volksvertegenwoordigers dezelfde trend en ook daar constateer ik hetzelfde. In de sector Zorg met haar verschillende branches is de humane kant van het primair proces kenmerkend en door slechts een radertje in de „machinebureaucratie“ te zijn is deze vorm van bestuurlijke invloed naar mijn mening bijna overbodig. Voorheen vormden huidige RvT leden het „bestuur“ van de zorginstelling en dit waren „vrijwilligers“ en dus minder „echt“ verbonden. We, de toenmalige directeuren en ook RvT-leden werden voorstanders van het omvormen van de topstructuur. Thans lijkt de RvT meer continuïteit qua personen te bieden, of?