© Andrii Zastrozhnov / stock.adobe.com / Generated with AI
De Wet meer zekerheid flexwerkers heeft als doel werknemers met een flexibel contract meer zekerheid te geven. Zowel in hun werk als in hun inkomen. Het wetsvoorstel maakt deel uit van een bredere hervorming van de arbeidsmarkt, die moet zorgen voor een betere balans tussen vaste en flexibele banen.
Nulurencontract
Het wetsvoorstel bevat verschillende maatregelen. Zo krijgen uitzendkrachten voortaan minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als medewerkers die regulier in dienst zijn. Ook worden zogenoemde draaideurconstructies aangepakt. Waar werkgevers iemand nu na drie tijdelijke contracten na zes maanden opnieuw tijdelijk mogen aannemen, wordt de tussenperiode verlengd naar vijf jaar. Voor seizoenswerk en bijbanen blijven uitzonderingen mogelijk.
Een van de meest ingrijpende wijzigingen is het volledig afschaffen van nulurencontracten. Daarvoor in de plaats komen basis- of bandbreedtecontracten, waarin vooraf een minimum en maximum aantal uren wordt vastgelegd. Binnen zo’n contract mag maximaal 30 procent worden afgeweken. Als er structureel meer uren worden gewerkt, moet de werkgever een contract aanbieden met een hoger urenaantal. Jongeren met een bijbaan, zoals scholieren en studenten, mogen wel op oproepbasis blijven werken.
Brandbrief
In de ouderenzorg stuit dit echter op grote bezwaren. Ruim 58.000 oproepkrachten werken in die sector nu met een nulurencontract. In aanloop naar het debat stuurden ActiZ en Zorgthuisnl daarom een brandbrief naar de Tweede Kamer.
Tijdens het debat op 9 april liet minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken) al weten dat de ouderezorg geen uitzonderingspositie krijgt. Volgens de minister biedt de wet voldoende flexibiliteit. Hij wees daarbij op jaaruren- en bandbreedtecontracten en het werken met flexpools. “Het is echt mijn stellige overtuiging dat dit voldoende flexibiliteit geeft aan ActiZ en de werkgevers om te doen wat ze willen doen”, aldus Vijlbrief.
Amendement verworpen
ActiZ reageerde desalniettemin hoopvol op het amendement van SGP-Kamerlid André Flach. Flach stelde dat een volledige afschaffing van nulurencontracten zijn doel in de ouderenzorg voorbijschiet. Met zijn amendement wilde hij de sector wettelijke ruimte geven om in de cao af te wijken van het verbod. De Tweede Kamer verwierp dit amendement op dinsdag 21 april. ActiZ noemt het zorgelijk dat het amendement het niet heeft gehaald. “Klein lichtpunt is dat er wel een uitzonderingen is aangenomen voor AOW-gerechtigden”, reageert de branchevereniging. Ook een motie van VVD-Kamerlid Ingrid Michon-Derkzen om via een cao of regeling af te wijken van de bandbreedte van 130 procent haalde geen meerderheid.
Daarnaast werd het wetswijzigingsvoorstel van Flach die moest zorgen voor een verplichte kwartaalverdeling binnen de jaarurennorm verworpen. Ook het voorstel om een jaarurennorm toe te passen binnen het bandbreedtecontract, haalde het niet.
Groen licht
Wel nam de Kamer een amendement van Flach aan om de werking van de flexwet binnen drie jaar te evalueren. De Kamer stemde bovendien in met Flachs amendement om onderdelen van de flexwet voor pgb-budgethouders niet voor 2030 in werking te laten treden. De sector en de Sociale Verzekeringsbank hebben aangegeven dat het wetsvoorstel in de huidige vorm grote gevolgen zal hebben voor de hele zorgsector. Minister Vijlbrief heeft toegezegd samen met minister Sterk (Langdurige Zorg) te kijken naar een ‘structurele oplossing’ voor de uitvoering van de wet voor pgb-houders.
Verder kreeg een motie van CDA-Kamerlid Elles van Ark steun, waarin zij pleit voor onderzoek naar uitvoeringsknelpunten voordat de wet wordt ingevoerd. “Tegelijkertijd komt deze motie laat. De Kamer stemt na het mei-reces al over de wet. Daardoor is er weinig tijd om nog tot werkbare oplossingen te komen”, aldus ActiZ. “Het is zaak dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Volksgezondheid op korte termijn de gevolgen zorgvuldig in kaart brengen.”
Eindstemming
Ook de motie van Pepijn van Houwelingen (FVD) werd aangenomen. Daarin verzoekt hij de regering om kort na de inwerkingtreding van de wet te rapporteren of de bandbreedte van 130 procent in de praktijk voldoende aansluit bij sectoren met een sterk fluctuerende arbeidsvraag, en zo nodig voorstellen te doen voor aanpassing.
De eindstemming over het wetsvoorstel vindt dinsdag 12 mei plaats. Naar verwachting kan de wet volgend jaar al ingaan.

