Beeld: jbrizendine / Getty Images / iStock
Uit een representatieve peiling onder ruim tweeduizend geneeskundestudenten blijkt dat 11,3 procent (ongeveer één op de negen studenten) ongewenst gedrag ervaart. Dit is een lichte daling ten opzichte van het vorige meetmoment in 2022, toen het percentage op 12,6 procent lag. Hoewel DG-voorzitter Berk Uzunalioglu deze daling positief noemt, plaatst hij direct een kanttekening.
“De nieuwe resultaten laten namelijk ook zien dat bij de meeste vormen van ongewenst gedrag juist mínder vaak melding wordt gedaan. Hierdoor blijven veel incidenten onder de radar en ontbreekt de prikkel voor structurele verbetering. Dat vind ik heel zorgelijk.”
Kwetsbare positie tijdens coschappen
Waarom studenten minder vaak aan de bel trekken is niet expliciet onderzocht, maar volgens de belangenvereniging speelt de hiërarchische structuur in de medische wereld een grote rol. Uzunalioglu wijst op de afhankelijkheidspositie van coassistenten. “Als coassistent ben je een paar weken ‘te gast’ op een afdeling. Je hebt geen zin in gedoe, of je bent misschien bang voor reacties van anderen”, aldus de voorzitter.
Het uitblijven van formele meldingen zorgt ervoor dat de problematiek voor opleiders en faculteiten onzichtbaar blijft. Hierdoor ontbreekt de prikkel om structurele verbeteringen en noodzakelijke maatregelen door te voeren.
Stijging in seksuele intimidatie
Studenten die ongewenst gedrag ervaren, krijgen vaak te maken met een combinatie van incidenten. Verbale agressie komt met 55 procent het meest voor. Opvallend is dat het percentage meldingen van seksuele intimidatie is gestegen naar ruim 31 procent. Discriminatie volgt met 29 procent.
De incidenten vinden voornamelijk plaats in de praktijk. Ruim driekwart van de studenten die te maken krijgt met ongewenst gedrag bevindt zich in de masterfase, waarin zij als coassistent in ziekenhuizen of andere zorginstellingen werken. Uit de cijfers blijkt verder dat vrouwelijke studenten vaker slachtoffer zijn dan mannelijke studenten. (ANP)

