“2026 staat in het teken van de omslag van technische testen en pilots naar implementatie door het zorgveld”, schrijft Mirjam Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, in een Kamerbrief. Daarin schetst ze de stand van zaken van het landelijk dekkend netwerk. Dat moet de bestaande wirwar van infrastructuren aan elkaar knopen tot één communicatienetwerk voor gegevensuitwisseling. Ook moet het data uit verschillende bronnen samenbrengen tot een samenhangend geheel. De generieke functies voor identificatie, authenticatie, autorisatie, lokalisatie, adressering, logging en toestemming en een landelijk afsprakenstelsel zijn onlosmakelijk onderdeel van het landelijk dekkend netwerk.
Landelijke implementatiestrategie
De minister omschrijft het netwerk als “basis voor een toekomstbestendig gezondheidsinformatiestelsel”. Het is bovendien een voorwaarde om aan de verplichtingen vanuit de European Health Data Space te voldoen. In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord staat dat er een landelijke implementatiestrategie van het gezondheidsinformatiestelsel komt, waar aansluiting op het landelijk dekkend netwerk onder valt.
Wettelijk afdwingen
Zorgaanbieders zijn grotendeels zelf verantwoordelijk voor de implementatie. Sterk schrijft in haar brief dat ze onderzoekt of ze die deels wettelijk kan afdwingen. “Die verplichting geeft namelijk duidelijkheid aan het zorgveld en draagt bij aan veilig gebruik, transparantie en uitvoerbaarheid”, staat in de brief. “De onderdelen die verplicht kunnen gaan worden zijn bijvoorbeeld de generieke functies, generieke semantische standaarden en het GIS (Gezondheidsinformatiestelsel, red.) gestandaardiseerd koppelvlak”, schrijft Sterk. Ze zegt de wettelijke verplichtingen “alleen in te zetten als het nodig is en waar mogelijk om de bestaande praktijk te vereenvoudigen”.
Nieuw model
Desondanks betekent het een stevige stok achter de deur voor zorgorganisaties. Het ministerie probeert aan alle kanten te ondersteunen en te faciliteren, onder meer door stichting CumuluZ te financieren en door nog dit jaar met een opzet voor een gezamenlijke stelselarchitectuur te komen. Ondertussen haalt VWS steeds meer de vrijblijvendheid weg. Dat past in de trend van de afgelopen jaren waarbij het ministerie steeds meer de regie in handen neemt. Volgens Sterk markeert de komst van het GIS “de kanteling van een marktgedreven model naar een gekwalificeerd stelsel onder publieke regie, met verplichte naleving van uniforme aansluitvoorwaarden en landelijke afspraken”.
Afscheid van ICT-systemen
De stevige regie vanuit Den Haag betreft niet alleen zorgorganisaties. In het ontwerp van de gezamenlijke stelselarchitectuur worden volgens Sterk duidelijke keuzes gemaakt zodat leveranciers kunnen toetsen of ze voldoen aan de voorwaarden om een rol te spelen in het gezondheidsinformatiestelsel. De voorkeur van de minister ligt bij inzet van bestaande systemen, maar – zo schrijft ze – “dit betekent ook dat afscheid genomen wordt van ICT-systemen die niet kunnen voldoen”. Zorgaanbieders mogen die niet meer contracteren en toezichthouders moeten dat in de gaten houden.
Snelheid van de regio
Minister Sterk hamert in haar brief verder op het belang van vertrouwen. Ook schetst ze hoe regionale initiatieven zich moeten verhouden tot de landelijke (en Europese) ontwikkelingen. Met behulp van de transformatiegelden worden er immers allerlei initiatieven opgezet voor regionale databeschikbaarheid. Dat kan leiden tot desinvesteringen als de aansluiting met de landelijke beweging niet goed is. Sterk meldt dat ze afspraken heeft gemaakt met Zorgverzekeraars Nederland en CumuluZ om dit in goede banen te leiden. Een speciaal Coördinatieteam Digitale Samenwerkingsinitiatieven moet de gemaakte afspraken bewaken. Volgens de minister is het uitgangspunt helder: “We benutten de innovatiekracht en snelheid van de regio, en borgen tegelijkertijd landelijk de structurele samenhang.”
