Staatssecretaris Eelco Eerenberg (Financiën) en minister Sophie Hermans (VWS) schetsen diverse scenario’s voor een suikerbelasting in een brief aan de Tweede Kamer. Het kabinet werkt de plannen de komende maanden verder uit met de Belastingdienst en Douane. Een wetsvoorstel wordt naar verwachting in 2027 naar de Kamer gestuurd. De invoering vraagt daarna nog enkele jaren voorbereidingstijd.
Suikerbelasting
Het plan is om de huidige verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken – een vast tarief van 26,13 euro per hectoliter – om te zetten naar een gedifferentieerde belasting op basis van suikergehalte. Dat betekent dat dranken met weinig of geen suiker goedkoper kunnen worden, terwijl suikerrijke dranken juist duurder uitvallen. Het kabinet verwacht dat dit zowel consumenten als producenten prikkelt. Consumenten kiezen eerder voor gezondere opties. Fabrikanten worden gestimuleerd hun producten te herformuleren. Suikerhoudende dranken leveren momenteel circa 23 procent van de vrije suikerinname in Nederland.
Ook belasting op suiker in voeding
Naast dranken wil het kabinet een suikerbelasting op eetwaren invoeren. Hiervoor wordt gewerkt aan verschillende varianten, zoals een staffelsysteem waarbij het tarief oploopt naarmate producten meer suiker bevatten. Deze beoogde maatregel moet structureel circa 900 miljoen euro per jaar opleveren vanaf 2030. Voor de hele suikerbelasting staat een bedrag van 850 miljoen euro genoemd in het coalitieakkoord. De invoering kost 50 miljoen euro per jaar.
Producten met een suikergehalte boven een bepaalde grens (bijvoorbeeld 6 procent) kunnen worden belast, mogelijk met uitzonderingen voor producten die binnen een gezond voedingspatroon passen. Daarbij wordt gekeken naar uitvoerbaarheid en juridische houdbaarheid, bijvoorbeeld via aansluiting bij bestaande etiketteringsregels.
Overgewicht en obesitas
De maatregel past in een bredere aanpak van overgewicht en leefstijlziekten. Inmiddels heeft ongeveer de helft van de volwassen Nederlanders overgewicht, tegenover een derde in 1990. Het aandeel mensen met obesitas verdrievoudigde in die periode naar 16 procent. De gemiddelde suikerinname ligt rond 49 gram per dag, met name afkomstig uit snoep en dranken.
De suikerbelasting moet onderdeel worden van een breder preventiebeleid, inclusief voorlichting, beperking van marketing gericht op kinderen en maatregelen zoals gratis schoolfruit.
Lessen uit buitenland
In landen als het Verenigd Koninkrijk, Portugal en Zuid-Afrika leidde een belasting op suikerhoudende dranken tot minder suikerconsumptie, mede door productaanpassing door fabrikanten. Tegelijkertijd wijst het kabinet op risico’s, zoals grenseffecten. In Denemarken werd een vergelijkbare belasting deels teruggedraaid vanwege grensshoppen en omzetverlies.
Suikerbelasting: gezondheid als excuus, geld als doel
Opnieuw heeft het kabinet een nieuwe reden gevonden om dieper in de portemonnee van de burger te grijpen. Dit keer heet het volksgezondheid. Onder die vlag moet een suikerbelasting worden ingevoerd die vanaf 2030 honderden miljoenen euro’s per jaar moet opleveren.
Op papier klinkt het prachtig. Minder suiker, minder overgewicht, een gezondere bevolking. Maar zodra de overheid begint te praten over de honderden miljoenen die de maatregel jaarlijks moet opbrengen, wordt duidelijk dat er meer speelt dan gezondheid alleen. Wie werkelijk gelooft dat het uitsluitend om gezondheid gaat, moet zich afvragen waarom de verwachte belastingopbrengst zo’n prominente plaats inneemt in de plannen.
Nederlanders zien al jaren hetzelfde patroon. Eerst wordt een maatschappelijk probleem benoemd. Vervolgens wordt een nieuwe belasting ingevoerd. Daarna verdwijnen de opbrengsten in de grote geldmachine van de overheid. Daar worden zij verdeeld over een eindeloze stroom van subsidies, projecten, campagnes, adviesraden, consultants, onderzoeken, communicatieprogramma’s, klimaatfondsen, uitvoeringsorganisaties en beleidsinitiatieven waarvan gewone burgers zich vaak afvragen wat zij er eigenlijk voor terugkrijgen.
Steeds opnieuw hoort de belastingbetaler dat er onvoldoende geld is voor essentiële zaken. Tegelijkertijd lijken er miljarden beschikbaar voor plannen waarvan de noodzaak regelmatig onderwerp van discussie is. Voor veel burgers voelt het alsof hun geld eerst uit hun portemonnee wordt gehaald om vervolgens te worden verkwanseld aan ideeën die zij nooit hebben gevraagd en waarvan het nut lang niet altijd duidelijk is.
Ondertussen groeit de overheid verder. Meer regels vragen om meer controle. Meer controle vraagt om meer ambtenaren. Meer ambtenaren vragen om meer budgetten. Meer budgetten vragen om meer belastingen. Zo ontstaat een zichzelf versterkend systeem waarin de rekening uiteindelijk steeds weer bij de burger terechtkomt.
De suikerbelasting is daarom voor veel mensen niet zomaar een belasting op frisdrank of snoep. Zij zien er een symbool in van een overheid die steeds minder vertrouwt op de eigen verantwoordelijkheid van burgers en steeds vaker denkt dat maatschappelijke problemen kunnen worden opgelost door producten duurder te maken.
Volwassen mensen weten heel goed dat te veel suiker niet gezond is. Daar zijn geen extra belastingen voor nodig. Voorlichting, onderwijs en persoonlijke verantwoordelijkheid zijn iets anders dan financiële dwang. Een vrije samenleving probeert burgers te overtuigen. Zij probeert hen niet via hun portemonnee te sturen.
De vraag is dan ook niet alleen hoeveel suiker Nederlanders eten. De vraag is hoeveel vrijheid burgers nog overhouden wanneer de overheid steeds opnieuw besluit welke keuzes moeten worden beloond en welke financieel moeten worden bestraft.
De suikerbelasting wordt verkocht als gezondheidsbeleid. Voor een groeiende groep Nederlanders voelt zij vooral als iets anders: opnieuw een greep in de portemonnee van hardwerkende burgers om een steeds grotere overheid te financieren en opnieuw honderden miljoenen euro’s beschikbaar te maken voor plannen die volgens hen vooral geld kosten en weinig oplossen.