Een ziekteverzuim van 8,2 procent betekent dat van de duizend te werken dagen 82 werden verzuimd wegens ziekte. Dit is het op een na hoogste niveau in de afgelopen 25 jaar. Alleen in het eerste kwartaal van 2022 was het verzuim hoger, namelijk 8,9 procent.
In heel Nederland lag het ziekteverzuim in het eerste kwartaal op 5,8 procent. Dit is even hoog als in het eerste kwartaal van 2025, maar hoger dan het langjarig gemiddelde van 5,0 procent vanaf 1996. Griep, verkoudheid en andere virusinfecties zijn de meest genoemde redenen van ziekteverzuim onder werknemers.
Binnen de gezondheids- en welzijnszorg is het ziekteverzuim het hoogst in de verpleging, verzorging en thuiszorg (9,9 procent). In het sociaal werk nam het verzuim toe van 7,7 procent in het eerste kwartaal van 2025 naar 8,3 procent in 2026. In de geestelijke gezondheidszorg en in ziekenhuizen en overige medisch-specialistische zorg was er minder ziekteverzuim dan een jaar eerder.
In 2025 was in gehele Nederland griep, verkoudheid of een andere virusinfectie voor de meeste werknemers die verzuimden (55 procent) de belangrijkste reden voor hun meest recente verzuim. Psychische klachten, overspannenheid of een burn-out werden genoemd door 9,0 procent van de werknemers met verzuim.
Van de werknemers die in alle sectoren in 2025 verzuimden, geeft 23 procent aan dat hun afwezigheid geheel of gedeeltelijk het gevolg was van het werk. Dat is vrijwel gelijk aan 2024. Werkdruk is de meest genoemde oorzaak van werkgerelateerd verzuim (28 procent). Ook besmetting op de werkvloer (14 procent) en lichamelijk te zwaar werk (11 procent) worden genoemd.
Het aandeel werkgerelateerd verzuim is het hoogst in de gezondheids- en welzijnszorg (28 procent), gevolgd door het onderwijs en vervoer en opslag (beide 27 procent). In de landbouw, bosbouw en visserij is dit het laagst (17 procent).
