Eerder kwam in het nieuws dat bij een van de klinieken waar Alrijne naar doorverwijst oogartsen werken van Alrijne zelf. Bij Alrijne zelf zijn de wachtlijsten van de afdeling Oogheelkunde te lang. Ook waren er vragen over de financiële gevolgen als de laagcomplexe zorg, die relatief winstgevend zou zijn voor ziekenhuizen, wordt opgevangen door een kliniek.
“De ruimte die ontstaat in de afspraken met zorgverzekeraars wordt opgevuld met tweedelijnszorg die moet plaatsvinden in een ziekenhuis”, zegt de minister over de financiële gevolgen voor het ziekenhuis.
Vast aantal uur
De constructie leidde tot Kamervragen van de SP, die wilde weten hoe het kan dat specialisten geen tijd hebben voor controles in het eigen ziekenhuis, maar wel in een commerciële kliniek. De minister wijst in haar antwoord op de contractuele afspraken: “De oogartsen van het Ziekenhuis van Alrijne zijn gecontracteerd voor een vast aantal uur door het ziekenhuis. Het staat oogartsen vrij om naast deze uren oogzorg te leveren bij andere aanbieders.”
Onvermijdelijk
Volgens Hermans is de verschuiving van zorg deels onvermijdelijk om de stijgende zorgkosten en het personeelstekort op te vangen. “De komende jaren zullen mensen in toenemende mate een beroep doen op de zorg zonder dat het aantal zorgprofessionals in dezelfde mate meegroeit”, stelt de minister. “Om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden, moet de zorg slimmer worden georganiseerd.”
Eerlijker speelveld
Zij benadrukt wel dat er wordt gewerkt aan een “eerlijker” speelveld in de ziekenhuiszorg, bijvoorbeeld door het plan om de vergoeding voor de niet-gecontracteerde zorg af te schaffen.

Hier zien we een bekende dynamiek binnen de gereguleerde marktwerking:
cherry picking + risicoselectie op organisatieniveau.
De minister zegt: “nauwelijks financiële impact”.
Dat klopt alleen binnen het macro-budgettaire kader van:
productieplafonds
contractering door verzekeraars
Maar dat maskeert:
verlies van interne kruisfinanciering
verschuiving van marges naar private aanbieders
Hermans normaliseert de uitkomst als onvermijdelijk (“slimmer organiseren”) en depolitiseert daarmee een structurele keuze.
Is dit efficiëntie…
of is dit het systematisch uithollen van het ziekenhuis als integraal zorginstituut?
‘Zorg dichtbij’ is nooit meer geweest dan een politieke belofte zonder machtsgrondslag. Het regionaal ziekenhuis heeft geen lobby. Het bedient de patiënt die niet kan kiezen — oud, immobiel, meervoudig ziek, laag opgeleid, landelijk wonend. Precies de mensen met de minste politieke stem.
Daar tegenover staan partijen met macht:
Zorgverzekeraars —
Academische centra
ZBC’s —
Bestuurdersnetwerken — die fusies en sluitingen begeleiden als carrièrestap
Het regionaal ziekenhuis verliest dit machtsspel structureel — niet omdat het slechte zorg levert, maar omdat het de verkeerde patiënten bedient voor de verkeerde economische logica.
Dit kan beter. Dit kan anders.